- Instituten:
- onderzoeksinstituten
KEMA begint kernonderzoek
NV KEMA in Arnhem begint ook met Kernfysisch onderzoek, maar geheel los van FOM. Met in het achterhoofd kernenergie voor de elektriciteitsopwekking gaat er een laboratorium gebouwd worden, waarin o.a. een deeltjesversneller wordt opgesteld.
De KEMA (NV. tot Keuring van Elektrotechnische Materialen in Arnhem) is in 1927 opgericht door de VDEN (Vereniging van Directeuren Elektriciteitsmaatschappijen) en houdt zich bezig met onderzoek naar productie, transport en distributie van elektrotechnische energie en fundamenteel onderzoek op elektrotechnisch gebied. Vanuit deze taakstelling doet de KEMA dan ook onderzoek naar kernenergie.
FOM: Europees centrum in Nederland
Officiële opening van de cyclotron bij het IKO in Amsterdam. FOM organiseert ter ere daarvan een internationaal congres over samenwerking bij bouw van kernreactoren en andere grote nucleaire installaties. FOM stelt voor een gemeenschappelijk Europees onderzoekscentrum voor kernenergie in Nederland bouwen. Jammer genoeg blijkt Noorwegen afwezig te zijn en Kramers (voorzitter FOM) besluit op bezoek te gaan omdat men daar, zo heeft men vernomen, bezig is met de ontwikkeling van een eigen reactor.
Plan ontwikkeling kernenergie in Nederland
De Raad van Bestuur van FOM dient een voorstel in bij de minister van O,K&W (F.J.Th.Rutten) met een drie faseplan voor de ontwikkeling van kernenergie in Nederland. De toon is gezet: “Er kan weinig twijfel over bestaan dat de toepassing van kernenergie uiteindelijk een grote industriële omwenteling teweeg zal brengen”.
De drie fases zijn:
1- bouw van een reactor in Noorwegen, en onderzoek naar de mogelijkheid van een kerncentrale in Nederland
2- bouw van een 5 MW reactor in Nederland
3- bouw van een industriële 100 MW reactor met een belangrijke taak voor de Nederlandse industrie.
Op 27 december neemt de ministerraad (in grote lijnen) het voorstel van FOM en Rutten (OK&W) over en stelt f 300.000 beschikbaar voor het jaar 1951.
Samenwerking KEMA - FOM
FOM en KEMA tekenen een samenwerkingscontract. Om de KEMA meer te betrekken bij de vraag wanneer kernenergie praktisch toepasbaar wordt voor de elektriciteitsvoorziening, treedt de leider van het kernfysisch onderzoek bij de KEMA, J.J. Went, toe tot de Reactor Commissie en komt KEMA directeur Van Staveren in Raad van Bestuur van FOM.
Eerste nota over kernenergie-onderzoek
De ministers van OK&W, Cals, en EZ, Zijlstra, bieden de Kamer de ‘Nota inzake het in Nederland te verrichten onderzoek op het gebied van kernreactoren en hun toepassingen’ aan. De nota gaat vrijwel uitsluitend over (de oprichting van) het RCN. De eerste constatering is dat het zwaartepunt zich steeds meer zal bewegen van Onderwijs naar Economische Zaken en de minister van EZ zal dan ook als eerste verantwoordelijke optreden. In feite is dit het eindadvies van de Commissie van Acht, bewerkt door een interdepartementale commissie ad hoc.
In het laatste deel van de nota (‘VI, Uitvoering der plannen’) staat: “De plannen, welke het uitgangspunt vormden bij de opzet van de samenwerking en welke in eerste instantie de bouw van de z.g. Nupop met een warmteproductie van 10 000kW beoogden, zijn in belangrijke mate gewijzigd“. Vervolgens wordt voor het eerst melding gemaakt van besprekingen met de VS over de bouw van een ‘materials testing reactor’ te komen. De RCN zal zich gaan richten op de Suspop, maar “de eerste fase van de Suspop-ontwikkeling zal door de RCN aan de KEMA worden toevertrouwd“. De Suspop is de suspensiereactor die de KEMA al in ontwikkeling heeft.
Bij de behandeling is er weinig kritiek, wel vraagt de PvdA zich af of er niet een kamerbrede adviescommissie voor kernenergie moet komen. Minister Zijlstra is echter dermate door atoomenergie gefascineerd dat hij het beleid in handen wil houden en niets voelt voor een "regeringscommissariaat". De nota wordt in december voor kennisgeving aangenomen.
Eerste nummer Nederlands vakblad
“Hierbij heb ik het genoegen U het eerste nummer aan te bieden van een maandelijks te publiceren RCN-Bulletin. Hierin zullen mededelingen en berichten worden opgenomen uit de vakliteratuur, terwijl daarnaast door medewerkers van het RCN van tijd tot tijd aandacht zal worden besteed aan een belangrijk aspect van de ontwikkeling van de toepassingen der kernenergie.” Zo begint het eerste nummer van dit ‘vakblad’ (f 15,- per jaar). Opvallend is dat er relatief weinig aandacht is voor de Nederlandse ontwikkelingen, men richt zich vooral op technische verhalen en optimistische verwachtingen over bouwprogramma’s uit de VS en de VK. En tekenend is dat kernenergie vrijwel altijd met een hoofdletter K geschreven wordt. Wegens "groot succes" wordt de naam vanaf januari 1959 veranderd in ‘Atoomenergie en haar toepassingen’. Dit blad zal blijven bestaan tot eind 1976, wanneer de naam verandert wordt in ‘Energiespectrum’. Het RCN heet dan ook al ECN.
‘Kernenergie voorlopig nog te duur’
Eindrapport van de KEMA Commissie Roodenburg stelt dat in principe zowel de PWR als de BWR in aanmerking komen, maar dat kernenergie voorlopig zeker nog 1 a 2 cent per Kwh duurder zal zijn dan elektriciteit uit kolengestookte centrales. De commissie krijgt in totaal 8 offertes voor de bouw van een eerste reactor (bij Geertruidenberg). In oktober besluit de SEP (Samenwerkende Elektriciteits Producenten) hierdoor nog geen kerncentrale te bestellen, tot grote teleurstelling van industrie en EZ. De SEP is in 1949 opgericht door de 10 grootste elektriciteitsproductie bedrijven. Bij die 10 zit niet de PZEM (Provinciale Zeeuwse Elektriciteits Maatschappij). Ook begint de SEP in 1949 dan meteen aan de bouw van een 150 kilovolt koppelnet.
Ultracentrifugeonderzoek onder vuur
Dagblad De Waarheid (het orgaan van de Communistische Partij Nederland) komt met onthullingen over het ‘A-bom-onderzoek’ in Amsterdam en het oorlogsverleden van prof. Kistemaker die het ultra-centrifuge project in de gebouwen van de FOM aan de Kruislaan in Amsterdam-Oost leidt. Kistemaker wordt beticht tijdens de oorlog voor het Duitse Cellastic te hebben gewerkt en nog steeds samen te werken met Duitse (oud) nazi’s aan onderzoek “gewenst door de Duitse revanchisten”.
De weken daarna zijn er in De Waarheid steeds ‘nieuwe’ onthullingen over de “Duitse revanchisten die in Amsterdam aan hun atoombom werken“. De CPN geeft een brochure uit over het oorlogsverleden van Kistemaker en het onderzoek: ‘Kistemaker en de Duitse A-bom’. Het protest culmineert in een grote demonstratie van duizenden mensen op 26 november onder het motto: “Voor een Atoomvrij Nederland - Geen hulp aan Duitse Revanchisten.”
De affaire en publicaties worden door de rest van de media vrijwel volledig doodgezwegen en afgedaan als “communistische propaganda” in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog. Pas later, in 1971, als het boek van Wim Klinkenberg verschijnt (De ultracentrifuge 1937-1970. Hitlers bom voor Strauss?), hoort het niet-communistische deel van Nederland over het onduidelijke oorlogsverleden van ‘de vader van de Nederlandse kernenergie’.
Eerste 'media-event' kernenergie
De Vaste kamercommissie voor kernenergie houdt een hoorzitting waarvoor veel media belangstelling is. Het is eigenlijk de eerste keer dat kernenergie zo in de belangstelling staat. Bij de critici van kernenergie die spreektijd krijgen is ook een ‘Maatschappij Kritische Klub van medewerkers van het RCN’ die pleit voor een tienvoudige verlaging van de toegestane stralingsdosis voor grote bevolkingsgroepen en een stop op de bouw van kerncentrales omdat er nog niet voldoende onderzoek is verricht naar de toepassing van kernenergie.
RCN wordt ECN
Een jaar nadat het voorstel door de ministerraad werd behandeld, treden nu de nieuwe statuten in werking van het Energie Centrum Nederland en komt hiermee een einde aan het Reactor Centrum Nederland. Het bestuur van het RCN wordt voor een fait accompli gesteld; het is een politieke beslissing het onderzoeksterrein te verbreden en de naam te veranderen. Het feit dat het RCN het onderzoek naar alternatieven wordt opgedrongen is van grote betekenis. Het onderzoek had ook ergens anders kunnen worden ondergebracht, of er had een aparte organisatie voor op gericht kunnen worden, maar op deze manier wordt het nucleaire onderzoeksinstituut als het ware van binnenuit uitgehold. “Ons geloof in kernenergie mogen wij natuurlijk houden”, zegt de technisch directeur Pelser nog.