Rotterdam voorbereidt op komst kerncentrale Maasvlakte
Werknemers van het Gemeentelijk Energie Bedrijf in Rotterdam ontvangen allemaal de brochure ‘Kernenergie en elektriciteit’ om ze “in een zo vroeg mogelijk stadium enigermate bekend te maken met hetgeen aan deze nieuwe energiebron is verbonden.“ Iedereen gaat ervan uit dat er op de Maasvlakte een kerncentrale gebouwd gaat worden; enige weken eerder is aan de Gasunie een vergunning geweigerd voor de bouw van een opslagplaats voor vloeibaar aardgas, omdat dat met een kerncentrale niet verenigbaar is. In 1972 staat zelfs geregeld in de krant dat er al een kerncentrale in aanbouw is.
Drie procent Kalkar-heffing
Nadat op 4 april de Kamer met 66 stemmen voor en 54 tegen, akkoord was gegaan (PvdA, PPR, PSP, CPN, D’66 en Boerenpartij stemden tegen) wordt vanaf 1 juli (hoewel ook wel 1 mei of zelfs 1 april als begindatum wordt genoemd) de 3% heffing op ieders elektriciteitsrekening van kracht. Dat bedrag moet geïnd worden om de Nederlandse deelname aan de bouw (die begonnen is op 24 april) van de snelle kweekreactor in het Duitse Kalkar te betalen. Lang en uitvoerig is er gepraat over hoe het geld bij elkaar gekregen moet worden; een energieheffing (dat wilde Defensie niet: te duur) of toch alleen op elektriciteit? De elektriciteitsproducenten zijn het daar niet mee eens, maar moeten zich er in schikken. De Haagse Post schrijft: “De Nederlandse machine-industrie kan zodoende kosteloos, d.w.z. op kosten van de Nederlandse elektriciteitsgebruiker, een portie know-how opdoen bij de uitvoering van een economisch dubieus en qua veiligheid nog veel twijfelachtiger project.“
De 3%-heffing wordt een belangrijke accelerator in het verzet tegen kernenergie in Nederland. Duizenden mensen (en organisaties, politieke partijen en zelfs tientallen gemeenteraden) weigeren de ‘kalkar-heffing’ te betalen; vele individuen worden door de elektriciteitsmaatschappijen afgesloten.
De regering haalt al snel bakzeil; in 1974 schrijft Lubbers in de Energienota dat, hoewel de beslissing pas kort geleden is genomen “er nu reeds aanleiding (is) dit project en de toekomst daarvan opnieuw op zijn verdiensten te bezien.“ Hij kondigt aan dat de heffing per 1 januari 1977 beëindigd wordt, hoewel er in de wettekst van uit gegaan wordt dat het tot beëindiging van de bouw door gaat (er wordt van uit gegaan dat dat 1979 zal zijn). Lubbers stelt ook een fonds in waar weigeraars hun geld op kunnen storten en haalt hiermee voor een deel de angel uit de strijd. Maar de kiem van een brede anti-kernenergie beweging is dan al gelegd.
In 1972 worden de kosten (incl. inflatie) van Kalkar op fl. 1,5 miljard geschat. Nederland zal daarvan 212 miljoen gulden betalen.
ATHENE-reactor ontmanteld
Anderhalve kilo hoogverrijkt uranium uit de Athene reactor in Eindhoven wordt vervoerd naar Mol (België). Hiermee is de ontmantelings-fase ook ongeveer afgerond want door het zeer lage vermogen en de korte bedrijfsperiode is er vrijwel geen radioactief besmet materiaal. De betonnen biologische afscherming zal gebruikt worden als opslag voor radioactieve bronnen. Zoals aangekondigd in de Kernenergie Nota van Langman (maart 1972) en na een advies van de Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie uit november 1970 (1,5 jaar na de ingebruikname) om de reactor te sluiten omdat die te weinig bijdraagt aan wetenschappelijk onderzoek om het te rechtvaardigen, is de ATHENE gesloten. Onduidelijkheid bestaat over wanneer precies de laatste keer gebruik is gemaakt van de reactor (sommigen bronnen zeggen al 1971!), maar na mei 1973 was het definitief afgelopen. Er bestaat momenteel geen duidelijke onderwijs- of onderzoeksbehoefte meer aan een reactor van het type van de ATHENE.