- Verrijking:
- onderzoek naar en ontwikkeling van verrijking (tot 1969, daarna zie: Urenco/UCN)
- onderzoek:
- onderzoek naar en ontwikkeling van verrijking tot moment dat UCN/Urenco benoemd wordt
Europese verrijkingsfabriek?
Vooruitlopend op de oprichting van Euratom, waarin een aantal Europese landen samen gaan werken op het gebied van kernenergie, wordt er in het ‘Syndicat d’Etudes pour la Construction de l’Usine Européenne de Séparation isotopique de l’Uranium’ gepraat over de gezamenlijke bouw van en verrijkingsfabriek. Frankrijk stelt voor een gasdiffusie verrijkingsfabriek te bouwen. Nederland stelt dat verrijking door middel van ultracentrifuge veel goedkoper kan zijn en stelt voor een beslissing over de bouw van de diffusiefabriek twee jaar uit te stellen om dat te onderzoeken. Het wordt daarin gesteund door West-Duitsland. Eind 1957 zijn alle landen, met uitzondering van Frankrijk, het met Nederland en Duitsland eens. Frankrijk bouwt vervolgens (samen met Italië) toch een gasdiffusiefabriek omdat men voor de productie van kernwapens niet van derden afhankelijk wil zijn. Een voorproefje van de (on)mogelijkheid om tot Europese kernenergieprojecten te besluiten.
Kernenergienota Zijlstra
Nota inzake de Kernenergie (‘Opwekking van electriciteit door middel van kernenergie’) wordt door de Minister van Economische Zaken Zijlstra naar de Staten-Generaal gestuurd. In de nota wordt verwacht dat het elektrische vermogen (dan 3180MW) in 1975 zal zijn gegroeid tot 8650MW, waarvan 3000 MW door kernenergie zal worden opgewekt. Waarna dan “de noodzakelijke uitbreidingen en vervangingen in 1975 geheel op basis van kernenergie zouden kunnen plaatsvinden”. De eerste kernreactor (100MW) zal, zo is de verwachting, al in 1962 in gebruik worden genomen. Een jaar later zullen er dan al twee kerncentrales met een gezamenlijk vermogen van 300MW tot stand moeten zijn gekomen. Die eerste centrale zal, zo is de overtuiging van de PLEM bij Buggenem komen en een gasgrafiet-reactor zijn zoals in Calder Hall (Engeland).
Andere toepassingen van kernenergie worden niet genoemd, en het lijkt dat met deze Nota het ministerie van EZ het terrein van de kernenergie voor de toekomst voor zich opeist.De Nota begint dan ook met “Nu de ontwikkeling van de kernenergie (…) zover is voortgeschreden dat uit de fase van voorbereidend onderzoek tot het stadium van praktische toepassing kan worden overgegaan.”
Er wordt aangekondigd dat er gewerkt wordt aan Atoomwetgeving. Daarin zal “onder meer aandacht worden besteedt aan het belangrijke veiligheidsaspect alsmede aan de verplichtingen, voortvloeiende uit de door de Staat gesloten internationale overeenkomsten”. De minister deelt ook mee dat er ook “in West-Duitsland aan de ultra-centrifuge methode gewerkt wordt. Teneinde het onderzoek te versnellen hebben de RCN en de desbetreffende Duitse instelling met elkaar kontakt opgenomen omtrent een samenwerking op dit gebied, over de hoofdlijnen waarvan in beginsel reeds overeenstemming werd bereikt“.
Het optimisme uit de Nota is snel achterhaald: Na de Suez-crisis (1956) komt er een overvloed aan goedkope olie uit het Midden-Oosten, en er worden in Nederland grote gasvoorraden gevonden. Dit heeft tot gevolg dat de Nota pas vijf jaar later (in 1962) in de Kamer wordt besproken, als de volgende Kernenergie Nota verschijnt, die meer een bijstelling van deze is.
Ultracentrifugeonderzoek onder vuur
Dagblad De Waarheid (het orgaan van de Communistische Partij Nederland) komt met onthullingen over het ‘A-bom-onderzoek’ in Amsterdam en het oorlogsverleden van prof. Kistemaker die het ultra-centrifuge project in de gebouwen van de FOM aan de Kruislaan in Amsterdam-Oost leidt. Kistemaker wordt beticht tijdens de oorlog voor het Duitse Cellastic te hebben gewerkt en nog steeds samen te werken met Duitse (oud) nazi’s aan onderzoek “gewenst door de Duitse revanchisten”.
De weken daarna zijn er in De Waarheid steeds ‘nieuwe’ onthullingen over de “Duitse revanchisten die in Amsterdam aan hun atoombom werken“. De CPN geeft een brochure uit over het oorlogsverleden van Kistemaker en het onderzoek: ‘Kistemaker en de Duitse A-bom’. Het protest culmineert in een grote demonstratie van duizenden mensen op 26 november onder het motto: “Voor een Atoomvrij Nederland - Geen hulp aan Duitse Revanchisten.”
De affaire en publicaties worden door de rest van de media vrijwel volledig doodgezwegen en afgedaan als “communistische propaganda” in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog. Pas later, in 1971, als het boek van Wim Klinkenberg verschijnt (De ultracentrifuge 1937-1970. Hitlers bom voor Strauss?), hoort het niet-communistische deel van Nederland over het onduidelijke oorlogsverleden van ‘de vader van de Nederlandse kernenergie’.
Advies: voortzetting centrifuge onderzoek
De Minister van Economische Zaken, De Pous, heeft de Commissie Tromp (de commissie voor de Nucleaire Industriële Ontwikkeling; de voorloper van de IRK -Industriële Raad voor de Kernenergie) opgedragen een evaluatie van het ultracentrifugeproject te verrichten. Op 28 juli adviseert de Commissie Tromp tot voortzetting van het UC-project. Het project gaat nu het stadium van de technische ontwikkeling in.