- dumping in zee:
- (discussie over) het dumpen in zee van radioactief afval. Ook (onderzoek naar) diepzeeberging
KEMA begint met opgraven afval
Nadat de KEMA op 15 februari schriftelijk bevestigd krijgt dat er in 1982 nog afval in zee gedumpt mag (en gaat) worden, beginnen nu de opgravingen. Voor het opgraven is een grote op rails verplaatsbare overkapping gebouwd en zijn 40 bomen gekapt. De verwachte kosten zijn opgelopen tot 6 miljoen gulden. Ondertussen zijn er nog meer dan de 22 door de KEMA zelf aangewezen kuilen met verdacht afval gelokaliseerd op het terrein. De opgravingen duren tot/en met juli en regelmatig zijn er onverwachte vondsten, maar het eindrapport komt pas in april 1983.
Toch nog dumpingen in 1982
De nieuwe D66 staatssecretaris van Milieuhygiëne Lambers-Hacquebard (voor ze in de regering ging nog een verklaart tegenstander), geeft vergunning voor het dumpen van afval in zee. Op 10 december ‘81 heeft ze al besloten dat ook in 1982 afval “nog één keer“ in zee gedumpt mag worden. Begin augustus beslist de Raad van State dat er geen reden is de vergunning op te schorten en zijn er geen formele belemmeringen meer om te gaan dumpen. In december is de zitting van de Raad van State, “mosterd na de maaltijd.“
Heimelijk vervroegde dumpingoperatie
De acties tegen de dumpingen zijn door de antikernenergie beweging uitgeroepen tot speerpunt van hun activiteiten. Er zijn al twee demonstraties geweest in Petten en marinehaven Den Helder (omdat van daar het schip zal vertrekken) en al maanden bereiden groepen zich voor op de transporten die voor 1 september aangekondigd worden. Maar, om de “geweldsspiraal te doorbreken", besluit de Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, Roel de Wit, de transporten van Petten naar Den Helder in ’t geheim te vervroegen. Op donderdagavond (19 augustus), krijgen zelfs de ME'ers die de transporten moeten begeleiden, te horen dat het om een oefening gaat. Toch zijn er in Den Helder al snel demonstranten aanwezig, blokkades worden gevormd die gewelddadig door de marechaussee worden ontruimd. Hierbij valt een vrouw van een zes meter hoog talud en raakt ernstig gewond, maar in het ziekenhuis is door de geheimhouding niet eens een arts aanwezig. Ook de plaatselijke overheden zijn totaal verrast. Het grootste gedeelte van het afval wordt vrijwel ongestoord vervoerd, maar ’s middags zijn er toch al zo'n 600 mensen actief die blokkades vormen
Een confrontatie is voor een belangrijk deel uit de weg gegaan, maar in de dagen daarna zijn er tientallen kleinere, vaak militante, acties; zo worden vrachtwagens in brand gestoken, wordt het kantoor van de rederij Wagenborg vernielt, is er een demonstratie van 1000 mensen in Amsterdam, zijn er bezettings- en vernielingsacties bij overheidsgebouwen, de ECN, de woning van de staatssecretaris, de Rijksgeologische Dienst èn, op 3 september, van het kantoor van de commissaris van de Koningin, waarbij geheime documenten worden buitgemaakt. Het meest schokkend is de discussie tijdens het opstellen van het draaiboek, over de bevoegdheid van de politie om in gevaarlijke situaties te schieten. De politie is niet gelukkig met de beperkte mogelijkheden die zij heeft om het vuur op een menigte te openen. Zij wil meer bevoegdheden hebben, minder remmen die het vuurwapengebruik tegen moeten gaan. Bijna de gehele vergadering is het met ze eens! Alleen de ambtenaar van Binnenlandse Zaken blijft op de lijn van het Ministerie. De vergadering wordt dan ook door de minister stevig op de vingers getikt: de politie mag pas schieten als “er een levensbedreigende situatie is én als de dader te individualiseren is.“
Op 23 augustus verlaat het schip ‘De Scheldeborg’ de haven en wordt onderweg opgewacht door de ‘Sirius’ van Greenpeace en door Spaanse schepen. Bij het overboord gooien van de vaten wordt een rubberboot van Greenpeace geraakt en slaat om. In een kort geding aangespannen door de ECN wordt het Greenpeace verder verboden actie te voeren tegen de dumpingen.
Ook al zijn veel mensen bang dat er toch weer gedumpt zal gaan worden volgend jaar, blijkt dit de laatste keer te zijn geweest. In augustus 1984 maakt Greenpeace bekend dat een Duits schip die zomer enkele vaten met radioactief afval in hun netten hebben gekregen. Het zou gaan om door Nederland en België gedumpt afval. De vaten waren beschadigd en gaven radioactieve straling af. Ze zijn na onderzoek weer in zee gegooid.
Lambers-Hacquebard laat op 1 september weten dat deze dumping echt de laatste keer was. Desnoods zal ze gebruik maken van de mogelijkheid om via de wet op de ruimtelijke ordening een gemeente te dwingen een locatie in te richten voor de opslag van laag- en middenactief afval.