- Regering en parlement:
- algemeen beleid van kabinet en (al of niet gesteund door) parlement
Commissie en Fonds Nucleaire Industriele Ontwikkeling
De minister van Economische Zaken installeert de ad-hoc Commissie Nucleaire Industriële Ontwikkeling om advies uit te brengen over de mogelijkheden van de toepassing van kernenergie voor de Nederlandse industrie. Die Commissie Tromp (genoemd naar de voorzitter) markeert het begin van een nieuwe periode: in de jaren ‘50 lag het initiatief vooral bij de wetenschap; in de jaren ‘60 vindt er een verschuiving plaats naar de industrie (zie ook de oprichting Neratoom). Ook in de financiering is die verschuiving zichtbaar: in het begin was kernenergie onderdeel van (de begroting van) het Ministerie van Onderwijs, nu zal dat steeds meer veranderen en wordt EZ de leidende kracht.
In 1962 zal als bewijs daarvoor het fonds Nucleaire Ontwikkeling door EZ worden ingesteld om initiatieven uit de industrie te ondersteunen.
Noodwetje voor Dodewaard
Om al gedane investeringen te beschermen en om te voorkomen dat “de ontwikkeling en toepassing van kernenergie” een “ernstige slag” toegebracht zal worden, treedt er een noodwetje in werking. Volgens de minister van EZ (Andriessen) is het absoluut noodzakelijk dat de Nederlandse Staat General Electric vrijwaard van de gevolgen van de wettelijk aansprakelijkheid voor de gevolgen van een ongeluk, zowel in Nederland als de omringende landen. De internationale verdragen op dit gebied zijn namelijk door Nederland (nog) niet geratificeerd en dit wordt wel uitdrukkelijk door GE geëist in het contract voor de bouw van Dodewaard. De Kamer gaat zonder morren akkoord. Op 1 januari 1966 wordt dit dan definitief geregeld in de ‘Wet inzake de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van kernenergie’.
Reorganisatie EZ: DG Energievoorziening
Minister Andriessen (CHU) reorganiseert (moderniseert) het ministerie van Economische Zaken; hij voegt Industrie en Handel samen en combineert alle energiedirecties in het nieuwe Directoraat-Generaal voor de Energievoorziening. Er zijn dan 5 directies: Gasvoorziening, Kernenergie, Elektriciteitsvoorziening, Kolen en aardolie en tot slot Mijnwezen.
Het DG is opgericht omdat “enerzijds de aanwending van het aardgas en anderzijds de afwikkeling van de sluiting van de mijnen, naast de aandacht voor olie en kernenergie een integrale visie op energie verlangde“. Het accent ligt voornamelijk op de voorzieningssituatie en door deze brede taakstelling gaat het DG ook over de productie, de milieuaspecten en de betaalbaarheid van het product. Pas in 1979 komt er een DG voor Energie.
CPN mag in commissie kernenergie
Leden van de Tweede Kamerfractie van de CPN worden weer toegelaten tot de vaste kamercommissies van (onder meer) kernenergie. Een motie die dat voorstelt wordt met 80 stemmen aangenomen. Sinds 1948 zijn de communisten uitgesloten van deelname van de commissies buitenlandse zaken, defensie, civiele verdediging, handelspolitiek en kernenergie.
Al 1 miljard subsidie voor kernenergie
De Nederlandse staat heeft vanaf 1955 tot eind 1969, bijna een miljard gulden uitgegeven aan kerntechnologie. Het bedrijfsleven 40 miljoen. Jaarlijks komt daar ongeveer 150 miljoen gulden bij.