Euratom-verdrag
Het Euratom verdrag treedt in werking, nadat op 25 maart 1957 in Rome de oprichting plaats heeft gevonden van de Gemeenschap voor Atoomenergie (EGA, maar beter bekend als Euratom) door West-Duitsland, Frankrijk, Italië en de Benelux: “De Gemeenschap stelt zich ten taak, door het scheppen van de noodzakelijke voorwaarden, voor de snelle totstandkoming en de groei van de industrie op het gebied van kernenergie, bij te dragen tot de verhoging van de levensstandaard in de Lid-Staten en de ontwikkeling van de betrekkingen met andere landen” In het bijzonder het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) moet over aanzienlijke middelen kunnen beschikken. De Nederlandse bijdrage daaraan wordt geschat op 11 miljoen gulden per jaar.
Vanaf het begin zijn er twee stromingen aanwezig. Eén die de nationale programma’s voorrang verleent en Euratom vooral algemene steuntaken toebedeeld en één die bundeling van krachten benadrukt. Deze laatste stroming wordt voor de kleinere West-Europese landen versterkt door forse kostenstijgingen van hun nucleaire projecten. Euratom begint als genootschap met een sterk bureaucratische inslag. waaruit verstandshuwelijken voortvloeien op het gebied van onderzoek.
Link naar het Euratom-verdrag [pdf]
Geen uranium in Suriname en Nieuw Guinea
Euratom biedt haar eerste stand van zaken op het gebied van kernenergie in de Euratomlanden aan, aan het Europese Parlement. Het verslag “moet worden beschouwd als een eerste poging om een appreciatie te geven van de huidige toestand van de industrie op het gebied van de kernenergie in de Gemeenschap“. Over Nederland staat vermeld dat er “tot dusver zonder succes” prospecties (naar uranium) zijn verricht in Suriname en op Nieuw Guinea. Onbekend dan nog is dat Nederland al in 1945 alle thorium-voorraden heeft verkocht aan de VS en VK.
Philips en de ontwikkeling van kernenergie
De AEC (Atomic Energy Commission) in de VS, beslist dat NV Philips Gloeilampenfabrieken in Eindhoven geen recht heeft op schadevergoeding. Philips heeft een eis tot schadevergoeding van 20 miljoen dollar ingediend wegens hun bijdrage in de ontwikkeling van de atoomenergie. De zaak loopt al vanaf 1953 toen Philips aan de VS zowel een compensatie als erkenning vroeg voor het werk dat het bedrijf had gedaan op atoomgebied. Er is wetgeving die voorziet in compensatie voor patentrechten welke door de VS werden ingetrokken en in beloningen voor uitvindingen of ontdekkingen welke de vooruitgang van het kernonderzoek bevorderden. Philips meent hier recht op te hebben; ze is in 1932 al begonnen met nucleair onderzoek. Volgens de AEC is de wetgeving niet geschreven voor buitenlandse patenten en is de eis niet ingediend binnen de verjaringstermijn.
PvdA en de kernenergie
De Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, komt met de publicatie: ‘De uitdaging van het atoom’. Door dit rapport slaat de ambivalente houding van de partij ten opzichte van kernenergie om en wordt de partij een warm pleitbezorger. Dit zal goed te zien zijn aan de komende verkiezingsprogramma’s.
Belangrijke aanbeveling is het instellen van een financieringsfonds voor kernenergie. Een voorstel dat jaren later realiteit zal worden met de instelling van het fonds Nucleaire Ontwikkeling. Posthumus, de schrijver van het rapport en "atoom-specialist" van de PvdA, vindt dat er op korte termijn 100 miljoen op de begroting moet komen voor de ontwikkeling van kernenergie “in plaats van die onnozele paar miljoen die we nu hebben”.