Directie Kernenergie
Een jaar eerder is de Inderdepartementale Commissie voor Kernenergie (ICK) opgericht, met als belangrijkste taak het adviseren van de regering over de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van kernenergie. Het secretariaat berust bij een ambtenaar op het ministerie van EZ. In maart 1956 wordt vervolgens bij EZ de Directie kernenergie ingesteld (ressorterend onder Directoraat Energievoorziening en Industrialisatie, en dan specifiek onder ‘Industrialisatie') die belast wordt met “de coördinatie en de behandeling van alle vraagstukken betrekking hebbende op het te voeren beleid op het gebied van de kernenergie“. Tot dan toe waren verschillende Directoraten-generaal binnen EZ belast met diverse aspecten van kernenergie.
Ook reactor voor Delft
De commissie in leven geroepen door de minister van OK&W die moet bepalen wat de eerste Technische Hogeschool in Delft moet gaan doen op het gebied van kernenergie, adviseert een eigen reactor van 100 KW.
Tweede-Kamerverkiezingen, vorming kabinet-Drees IV
De nek-aan-nekrace tussen de KVP en PvdA wordt gewonnen door de PvdA. Pas in oktober resulteert een moeizame formatie in de voortzetting van de combinatie PvdA-KVP-ARP-CHU in het vierde kabinet-Drees.
Alleen de twee grootste partijen (PvdA en KVP) hebben een passage opgenomen over kernenergie in hun verkiezingsprogramma’s. KVP wil krachtige bevordering van de atoomenergie en ook PvdA is heel positief. Opmerkelijk want vier jaar daarvoor was het nog waarschuwend. Reden voor de koerswisseling is een rapport van het wetenschappelijk bureau: ‘De uitdaging van het atoom’
Eerste onrust over effecten straling op erfelijk materiaal
In Kopenhagen wordt het eerste congres van genetica beëindigd met het aannemen van een resolutie waarin men de nadruk legt op de gevaarlijke gevolgen van ioniserende straling voor de erfelijkheid. De WHO (de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN) heeft om een advies gevraagd over dit onderwerp. Volgens de geleerden is ioniserende straling werkelijk gevaarlijk voor de erfelijkheid, zowel bij "vreedzaam als bij militair gebruik van kernenergie", maar ook bij medisch, commercieel en industrieel gebruik van ioniserende straling. Onderzoek moet geïntensiveerd worden, volgens de aanbeveling.
Er ontstaat in de media meer aandacht voor de gevaren van straling, een stijging van de gemeten radioactiviteit door de kernproeven, de zeer populaire dokter Albert Schweitzer die een verbod op kernproeven wil, en de eerste wetenschappers die zeggen dat straling een gevaarlijk niveau bereikt heeft.
Europese verrijkingsfabriek?
Vooruitlopend op de oprichting van Euratom, waarin een aantal Europese landen samen gaan werken op het gebied van kernenergie, wordt er in het ‘Syndicat d’Etudes pour la Construction de l’Usine Européenne de Séparation isotopique de l’Uranium’ gepraat over de gezamenlijke bouw van en verrijkingsfabriek. Frankrijk stelt voor een gasdiffusie verrijkingsfabriek te bouwen. Nederland stelt dat verrijking door middel van ultracentrifuge veel goedkoper kan zijn en stelt voor een beslissing over de bouw van de diffusiefabriek twee jaar uit te stellen om dat te onderzoeken. Het wordt daarin gesteund door West-Duitsland. Eind 1957 zijn alle landen, met uitzondering van Frankrijk, het met Nederland en Duitsland eens. Frankrijk bouwt vervolgens (samen met Italië) toch een gasdiffusiefabriek omdat men voor de productie van kernwapens niet van derden afhankelijk wil zijn. Een voorproefje van de (on)mogelijkheid om tot Europese kernenergieprojecten te besluiten.