Provincie Gelderland tegen sluiting Dodewaard
Een meerderheid van de Gedeputeerde Staten van Gelderland vindt dat de centrale in Dodewaard niet hoeft te worden gesloten. Wel vinden ze dat een “energievoorziening zonder kernenergie zonder meer mogelijk is via een ander energiebeleid, dat gericht is op vermindering van het verbruik, op meer prioriteit voor besparing en op een milieuvriendelijke vorm van steenkool.“ Op 25 juni stemmen ook de Provinciale Staten in meerderheid tegen sluiting.
Ontstaan ‘Dodewaard-gaat-dicht!-beweging
Het 'Pinksterkamp bij het ‘gat van Hagen" (een recreatieplas op ongeveer 7 km van de kerncentrale in Dodewaard) is een initiatief van de Gelderse Stroomgroepen. De bedoeling is een tweedaagse vergadering over het voeren van verdergaande, directe acties tegen kernenergie. Het voorstel is om in oktober over te gaan tot een terreinbezetting van de kerncentrale Dodewaard. Eén van de voorwaarden voor de actie is, dat die openbaar aangekondigd moet worden. Algemeen wordt ingezien, dat met alleen praten en demonstreren de kerncentrales niet dicht zullen gaan. Op het discussiekamp, waar zaterdags 2000 en zondags zelfs 5000 mensen zijn, wordt in kleine groepjes gediscussieerd over het voorstel tot een terreinbezetting. Hoewel de motieven achter het actievoorstel algemene instemming vinden, wordt toch besloten om te gaan blokkeren in plaats van te bezetten, omdat het overgrote deel van de aanwezigen een poging tot terreinbezetting uit ziet lopen op een grote veldslag.
In het actieplan zit nog een ander belangrijk element: basisgroepen en basisdemocratie. Om zoveel mogelijk mensen bij de actie te betrekken en er vanuit gegaan wordt dat iedereen mee moet kunnen praten, wordt er een voorstel gedaan om basisgroepen te vormen: kleine groepjes mensen die elkaar goed kennen. De beweging die dat weekend ontstaat, en die zich Dodewaard Gaat Dicht! noemt, wordt zeer bepalend voor de antikernenergie strijd in de begin van de jaren tachtig en de organisatievorm in basisgroepen wordt door veel andere radicale sociale bewegingen overgenomen.
Kernenergienota: 5-6 nieuwe kerncentrales tot 2000
De nieuwe Kernenergie nota (Brandstofinzet centrales) van de regering wordt gepubliceerd. Het is het derde deel van de Nota Energiebeleid (Deel I = uitgangspunten en besparingsprogramma uit sept. 1979; Deel II = Steenkool uit februari 1980). Het is het uitgangspunt voor de BMD die op 1 januari van start moet gaan. Het is ook de dikste tot nu toe: 459 bladzijden. Er moet binnen twee jaar besloten worden tot de bouw van drie 1000MW kerncentrales en dan tot 2000 nog eens twee of drie. Bij voorkeur moeten de eerste drie worden gebouwd bij de westelijke Noordoostpolderdijk (Urk -2) en een in Borssele. De gemeentebesturen zijn niet blij.
Over veiligheid: “De conclusie van deze (Rasmussen) studie is dat het risico van kernenergie centrales –zelfs in aanmerking nemend de onnauwkeurigheid in de berekeningen van de kansen en de gevolgen van ongevallen – buitengewoon klein is wanneer dat wordt vergeleken met andere risico’s waaraan de samenleving blootstaat of zichzelf bloot stelt.“ Over afvalopslag staat er: “De regering is van oordeel dat de methode voor het opbergen van radio-actief afval in diepgelegen, stabiele geologische formaties zonder onaanvaardbare risico’s voor de mens en zijn leefwereld in beginsel aanwezig is.“
Een ‘flodderstuk’ wordt het genoemd, gebaseerd op archaïsche standpunten en uitgangspunten, “geen flauw benul van de breed uitgemeten bezwaren en kritieken op kernenergie, valse redeneringen, slechte argumenten en fantasieën voeren de boventoon.“ NRC schrijft: “Zo barst en kraakt de Nota van alle kanten. En die moet dan de inzet zijn van de 'brede maatschappelijke discussie'; een discussie over een nota die rammelt en waarover men kan discussiëren zoveel men maar wil.“
Geheimhouding opwerkingscontracten
Er is regelmatig veel discussie in de Tweede Kamer over opwerkingscontracten van Dodewaard en Borssele. Behalve dat de contracten geheim zijn vallen de contracten ook slecht omdat dat vooruitlopen is op de BMD die immers over de toekomst van kernenergie zal gaan. Op 30 januari 1980, na maanden discussie, stelt Van Aardenne (min EZ) dat “gezien het feit dat bij dit alles het functioneren van de kernenergiecentrale te Borssele en Dodewaard in het geding is (…) dat goedkeuring van het wetsontwerp zo spoedig mogelijk zal moeten plaatsvinden.“ De Kamer blijft in eerste instantie bij haar standpunt dat de contracten waar ze over moeten besluiten dan ook openbaar moeten zijn, maar de Regering geeft niet toe. Op 24 september 1980 beslist Van Aardenne nogmaals dat hij niet tegemoet komt aan de Kamer en de contracten openbaar maakt. Ondertussen is er een contract uitgelekt tussen Zweden en Cogema. Hoewel de minister altijd heeft gezegd dat het standaard contracten zijn, zegt hij nu dat een aantal van de bepalingen (o.a. een boeteclausule bij –niet tijdig- terugnemen van afval) niet in de Nederlandse contracten staat. Ook is de hoeveelheid afval die volgens het Zweedse contract teruggestuurd wordt veel groter dan altijd beweerd door Van Aardenne.