- Commissie:
- door de overheid ingestelde groep ‘experts’ voor het geven van advies hetzij structureel of eenmalig, hetzij lokaal of nationaal
Directie Kernenergie
Een jaar eerder is de Inderdepartementale Commissie voor Kernenergie (ICK) opgericht, met als belangrijkste taak het adviseren van de regering over de ontwikkeling van de vreedzame toepassing van kernenergie. Het secretariaat berust bij een ambtenaar op het ministerie van EZ. In maart 1956 wordt vervolgens bij EZ de Directie kernenergie ingesteld (ressorterend onder Directoraat Energievoorziening en Industrialisatie, en dan specifiek onder ‘Industrialisatie') die belast wordt met “de coördinatie en de behandeling van alle vraagstukken betrekking hebbende op het te voeren beleid op het gebied van de kernenergie“. Tot dan toe waren verschillende Directoraten-generaal binnen EZ belast met diverse aspecten van kernenergie.
Ook reactor voor Delft
De commissie in leven geroepen door de minister van OK&W die moet bepalen wat de eerste Technische Hogeschool in Delft moet gaan doen op het gebied van kernenergie, adviseert een eigen reactor van 100 KW.
‘Kernenergie voorlopig nog te duur’
Eindrapport van de KEMA Commissie Roodenburg stelt dat in principe zowel de PWR als de BWR in aanmerking komen, maar dat kernenergie voorlopig zeker nog 1 a 2 cent per Kwh duurder zal zijn dan elektriciteit uit kolengestookte centrales. De commissie krijgt in totaal 8 offertes voor de bouw van een eerste reactor (bij Geertruidenberg). In oktober besluit de SEP (Samenwerkende Elektriciteits Producenten) hierdoor nog geen kerncentrale te bestellen, tot grote teleurstelling van industrie en EZ. De SEP is in 1949 opgericht door de 10 grootste elektriciteitsproductie bedrijven. Bij die 10 zit niet de PZEM (Provinciale Zeeuwse Elektriciteits Maatschappij). Ook begint de SEP in 1949 dan meteen aan de bouw van een 150 kilovolt koppelnet.
Commissie en Fonds Nucleaire Industriele Ontwikkeling
De minister van Economische Zaken installeert de ad-hoc Commissie Nucleaire Industriële Ontwikkeling om advies uit te brengen over de mogelijkheden van de toepassing van kernenergie voor de Nederlandse industrie. Die Commissie Tromp (genoemd naar de voorzitter) markeert het begin van een nieuwe periode: in de jaren ‘50 lag het initiatief vooral bij de wetenschap; in de jaren ‘60 vindt er een verschuiving plaats naar de industrie (zie ook de oprichting Neratoom). Ook in de financiering is die verschuiving zichtbaar: in het begin was kernenergie onderdeel van (de begroting van) het Ministerie van Onderwijs, nu zal dat steeds meer veranderen en wordt EZ de leidende kracht.
In 1962 zal als bewijs daarvoor het fonds Nucleaire Ontwikkeling door EZ worden ingesteld om initiatieven uit de industrie te ondersteunen.
Advies: voortzetting centrifuge onderzoek
De Minister van Economische Zaken, De Pous, heeft de Commissie Tromp (de commissie voor de Nucleaire Industriële Ontwikkeling; de voorloper van de IRK -Industriële Raad voor de Kernenergie) opgedragen een evaluatie van het ultracentrifugeproject te verrichten. Op 28 juli adviseert de Commissie Tromp tot voortzetting van het UC-project. Het project gaat nu het stadium van de technische ontwikkeling in.
Opnieuw nota over kernenergie
De Pous (Min. EZ) publiceert de (tweede) Nota inzake de Kernenergie. In feite is het een bijstelling van die uit 1957 van voorganger Zijlstra, die te optimistisch bleek en eigenlijk nooit behandeld is: “De aanvankelijke verwachting, dat kernenergie in snel tempo en op grote schaal een oplossing zou moeten geven voor het energieprobleem, bleek ongegrond“. De Pous laat zich adviseren door de Commissie Tromp, de ad-hoc Commissie Nucleaire Industriële Ontwikkeling, aangesteld in 1960 om advies uit te brengen over de mogelijkheden van de toepassing van kernenergie voor de Nederlandse industrie. De Pous stelt: “In het kader van de industriële ontwikkeling op kernreaktorgebied neemt het project voor de bouw van een eerste kernenergiecentrale een belangrijke plaats in. (…) Met de eerste fase, het opstellen van een voorontwerp voor een 50MW-centrale, is inmiddels een aanvang gemaakt” Ook gaat de aanvullende nota uitgebreid in op de Kernenergiewet die in ontwikkeling is. Er is geen sprake van oppositie, getuige de opmerking van De Pous bij het Kamer’debat’ in februari 1962: “Mijnheer de Voorzitter! Ik mag konstateren, dat alle sprekers er met mij van overtuigd zijn, dat de kernenergie op de lange termijn gezien, een groot gedeelte van de Nederlandse energiebehoefte zal moeten dekken.”
Er is ook nog een Nota inzake het aardgas van de Pous uit 1962, waarin wordt aangegeven hoe de overheid zich voorstelt de gasbel in Groningen te exploiteren: overlaten aan de markt.
Deel Kernenergiewet in werking
Nadat de Commissie voor de Atoomenergie in 1955 al is begonnen met het ontwerpen van de kernenergiewet en de Wet in 1957 in de Kernenergienota wordt aangekondigd, wordt de wet in 1960 aangeboden aan en besproken in de Kamer. In februari 1963 treedt de Kernenergiewet dan in werking. Dat wil zeggen, slechts Hoofdstuk II, betreffende de Adviesinstanties. De hele wet zal pas op 1-1-70 in werking treden.
De KeW heeft twee doelen: “de bevordering van goede ontwikkeling op het gebied van het vrijmaken van kernenergie en de aanwending van radioactieve stoffen en straling uitzendende toestellen” en “de bescherming van mens en milieu tegen de hieraan verbonden gevaren”.
Voor deze wet zijn al 3 adviescolleges opgericht:
- IRK: Industriële Raad voor de Kernenergie, was al opgericht in 1962 en moet de belangen van de industrie bij de overheid behartigen. Brengt vaak het advies uit om alles te financieren. Het IRK wordt in 1983 omgevormd tot de IREM: Industriele Raad voor Energie en Milieu-technologie, maar al enkele jaren later opgeheven als de Algemene Energieraad ingesteld wordt.
- WRK: De Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie, met als taak: het gevraagd en ongevraagd uitbrengen van adviezen over (inter)nationale aspecten (ook politieke en organisatorische) van kernenergie. De WRK wordt per 1 maart 1976 op non-actief gesteld.
- CRK: Centrale Raad voor de Kernenergie. Deze heeft een tweeledige taak: adviseren bij wettelijke regelingen tot de inwerkingtreding van het tweede gedeelte van de KeW (dat zal pas in 1970 gebeuren) en het coördineren van de andere drie adviesorganen. De CRK heft zichzelf uiteindelijk in 1974 op als haar eerste taak is volbracht. Het is niet in staat geweest een samenhangend beleid te voeren tussen wetenschappelijke, industriële en gezondheidsaspecten.
- De Gezondheidsraad, al veel eerder opgericht, krijgt een nieuwe taak erbij, maar alleen al het feit dat deze raad pas advies uitbrengt over gezondheidsaspecten nadat de beslissing tot de bouw van een installatie is genomen, en de werkzaamheden al vaak zijn gestart, zegt al voldoende over het feitelijk gewicht van deze raad.
Militaire aangelegenheden
Als door de Centrale Raad voor de Kernenergie (CRK) over militaire aangelegenheden wordt gesproken, wordt afgesproken, dat vertegenwoordigers van defensie de vergaderingen kunnen bijwonen. Het bijzondere is dat Defensie zelf mag bepalen wat "militaire aangelegenheden" zijn en voor haar van belang is.
Advies: sluit LFR en ATHENE
De Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie adviseert de minister (O&W) de Lage Flux Reactor (RCN) en de ATHENE-reactor op de Technische Hogeschool Eindhoven te sluiten. Volgens de WRK dragen de reactoren te weinig bij aan het wetenschappelijk onderzoek om hun bestaan te rechtvaardigen. ATHENE is pas anderhalf jaar in bedrijf. Minister Nelissen (EZ) laat in maart 1971 weten absoluut geen reden te zien om de LFR stop te zetten.
85% van energieonderzoek naar kernenergie
De Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid (RAWB) vindt dat (ook het universitaire) onderzoek naar kernenergie aanzienlijk moet worden afgeslankt. Het totale kernenergieonderzoek kost dit jaar ongeveer f 100 miljoen en dat zal naar verwachting langzaam oplopen naar f 116 miljoen in 1982. Zo’n hoge bijdrage (85% van al het energieonderzoek) kan niet langer verdedigd worden gezien de lage bijdrage van kernenergie aan de energievoorziening en het besluit van het kabinet het kernenergieonderzoek te herprogrammeren.