- Vergunningen:
- (juridische) procedures van en bezwaren tegen vergunningen en bestemmingsplannen voor specifieke bezigheid of installatie
Vergunning voor Duitse verrijkingsfabriek in Almelo
Het ministerie van EZ geeft de vergunning in het kader van de Kernenergiewet af voor de bouw van de Duitse verrijkingsfabriek in Almelo (de SP2). Duitsland mag volgens het naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog getekende Verdrag van Parijs niet zelf uranium verrijken om te voorkomen dat men zou kunnen komen te beschikken over kernwapens. Omdat men een van de drie partners in Urenco is, bouwt men nu een verrijkingsfabriek in Almelo. Bij de hoorzitting voor de vergunning zijn er ongeveer 25 bezwaarschriften, vooral over de ‘alibi’ functie die de fabriek voor Duitsland heeft om toch ‘atomwaffen-faehiges material’ te verkrijgen, maar ook over kernenergie algemeen. De bouw is al in mei 1971 begonnen.
8500 bezwaarschriften tegen Kalkarvergunning
De SBK (Schnell Brüter Kernkraftswerkgesellschaft) vraagt een vergunning aan voor de bouw van een snelle kweekreactor. Op 30 december 1971 is bekend geworden dat die in Kalkar (net over de grens bij Nijmegen) gebouwd moet gaan worden. Op 20 januari is er een eerste grote protestbijeenkomst in het dorpscafé tegen de bouw. In totaal dienen 8500 mensen uit de regio een bezwaarschrift in. Op de eerste tekeningen is er nog geen koeltoren gepland, maar omdat de thermische verontreiniging van de Rijn een van de belangrijke argumenten van de ontluikende kritische beweging tegen kernenergie is, wordt in 1972 besloten een koeltoren toe te voegen.
Informatie alleen voor insiders en deskundigen?
De PZEM krijgt een vergunning voor “de exploitatie van een inrichting waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt.“ De Vereniging Milieu Hygiëne Zeeland gaat in beroep tegen het verlenen van de vergunning, maar is niet de enige: er worden 4000 bezwaarschriften ingediend. Een deel van de herziene versie van het veiligheidsrapport, dat vanaf november ter inzage komt te liggen op het Gemeentehuis, is in het Duits. “Iedere geïnteresseerde spreekt Duits“ krijgt men verbaasd te horen als daar over geklaagd wordt. Dat de vergunningsaanvragers en -gevers het graag een discussie van ‘insiders’ en ‘deskundigen’ wil laten zijn, blijkt o.a. in 1973, als ook sommige stukken bij de vergunningsaanvraag van de KSTR in het Engels zijn. Een vertaling is niet nodig want “de minister is namelijk van mening dat het bewuste rapport alleen leesbaar is voor mensen die ook in staat zijn de Engelse tekst te vertalen.“
KEMA krijgt vergunning opstarten KSTR
Ondanks 1300 bezwaarschriften en ondanks het feit dat in februari 1973 al wel zo ongeveer duidelijk is dat de KSTR illegaal gebouwd is, verlenen de ministers van EZ en Volksgezondheid en Milieuhygiëne de KEMA toch een vergunning voor de KSTR. De vergunning is voor het “uitbreiden van haar voorzieningen met voorzieningen voor het vrijmaken van kernenergie, voor het lozen in lucht of water en voor het voorhanden hebben van natuurlijk of verarmd uranium, natuurlijk thorium, 93% verrijkt uranium en plutonium“. Ook hier wordt meteen beroep aangetekend, vooral door Milieudefensie Arnhem, die de volgende jaren een harde juridische strijd zal leveren. Op 22 mei, drie weken nadat ze de vergunning hebben gekregen en twee weken na een eerste poging die door kortsluiting mislukt, wordt de KSTR voor het eerst echt kritisch. Dat is precies twee jaar na de mededeling in mei 1972 dat de KSTR “komende zomer“ kritisch zou worden. Toen was de reactor al een jaar subkritisch geweest.
Urenco: vergunning voor SP4
Urenco krijgt een vergunning voor het in bedrijf stellen van de 1000-tons verrijkingsfabriek (SP4). Ruim 1500 bezwaarschriften waren tegen de vergunningsaanvraag ingediend, voornamelijk tegen de algemene gevaren van kernenergie, het feit dat de bevolking zich in de BMD nog niet heeft uitgesproken over kernenergie en de aanwezigheid van voldoende alternatieve energiebronnen. Voor het eerst spreekt de gemeenteraad van Almelo zich op 11 juni kritisch uit over het UC-project. De beloofde werkgelegenheid is uitgebleven en men stuurt een brief naar het ministerie van EZ waarin ze haar teleurstelling uitspreekt.
UCN wil uitbreiden tot 3500 ton
Urenco Nederland vraagt een vergunning aan voor uitbreiding van de SP4 (van 1000) tot 1500 ton en voor de bouw van de SP5 van 2000 ton. “In de weken dat Tsjernobyl zijn schaduw legt over ons land (…) zet UCN zijn plannen op papier: produktie verviervoudigen!“ schrijft de Werkgroep Stop Kernenergie Almelo. Tot 15 juli worden er enkele honderden bezwaarschriften ingediend (waaronder één door B&W van Arnhem. Eind december komt de ontwerpbeschikking en op 17 maart 1987 wordt de vergunning afgegeven. Wanneer de capaciteit van 3500 ton bereikt zal worden kan UCN nog niet zeggen; eerst wordt de SP4 uitgebouwd tot 1500 t en “in de jaren negentig“ zal dan begonnen worden met de bouw van de SP5.
Vergunningsaanvraag nieuwe locatie Covra
Nadat in maart 1988 de procedure voor een locatie dichter bij het dorp door de enorme protesten door de gemeente Borsele is stilgelegd, vraagt de Covra nu een vergunning aan voor een verwerkings- en opslagfaciliteit voor al het in Nederland geproduceerde radioactief voor de nieuwe locatie op het industriegebied Sloe. Het gaat om een bouwvergunning, een vergunning krachtens de Kernenergiewet en een vergunning krachtens de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren.
De Covra verwacht in 1989 alle noodzakelijke vergunningen in haar bezit te hebben, zodat uiterlijk 1990 met de bouw begonnen kan worden. Dit gaat dan om het laag- en middelradioactief afval (dat nu nog tijdelijk opgeslagen ligt op het ECN-terrein). Het zal zoveel mogelijk samengeperst en in stalen 200-liter vaten verpakt die in beton gegoten zullen worden. Ook komen er twee ovens voor de verbranding van met radioactiviteit besmette organische vloeistoffen en kadavers. Vanaf 1998, verwacht men nu, zal ook het warmte-producerende hoogradioactief afval terug kunnen komen van de opwerkingsfabrieken.
Twee maanden later zegt een ambtenaar op en conferentie dat “bij de plannen van de Covra ruimte gereserveerd wordt om uiteindelijk 140.000 kubieke meter afval te bergen.“ Dat houdt een toename van kernenergie met 4000 MW in. Bij de voorziening voor hoogactief afval (de HABOG) gaat men uit van minstens 3.000 MW kernvermogen erbij. Dit is tegelijkertijd een van de bezwaren van de milieubeweging: er wordt vooruitgelopen op een beslissing om nieuwe kerncentrales te bouwen. Daarom wil men een COBRA (Centrale Opslag Bestaand Radioactief Afval). Ook is er weinig inzicht in de stralingsrisico’s bij transport en opslag. Maar een belangrijk bezwaar is ook dat de faciliteit buitendijks gebouwd wordt, terwijl bekend is dat verstrekkende klimaatgevolgen er aan komen die gepaard gaan met zeespiegelstijging, overstromingen en vloedgolven.
Dodewaard-vergunning vernietigd
De Raad van State vernietigt de vergunning van de kerncentrale in Dodewaard. De centrale draait daarom zonder geldige vergunning. Natuur en Milieu (die de procedures heeft gevoerd), eist dan ook het onmiddellijk stilleggen van de reactor. De vernietigde vergunning is een ‘opschoningsvergunning’ uit 1988, die de sterk verouderde oorspronkelijke vergunning uit 1968 plus een wirwar van latere wijzigingen moest vervangen. Natuur en Milieu bestreed de opschoningsvergunning omdat bij de aanvraag de inspraak- en adviesronde werd ontdoken; de aanvraag is niet gepubliceerd en niet bekend gemaakt aan provincie- of gemeentebesturen. Dit bezwaar wordt volledig onderschreven door de Raad van State, temeer omdat het een maatschappelijk zeer omstreden project betreft. De Raad van State stelt ook dat het veiligheidsrapport bij de opschoningsvergunning volstrekt benedenmaats is. Door de motivering van de RvS (dat “de ontwikkelingen in de leer der kernenergie alsmede ongelukken in buitenlandse kerncentrales tot gevolg hebben gehad dat calamiteiten en onregelmatigheden, welke in 1968 nog voor onmogelijk werden gehouden, thans minder onwaarschijnlijk worden geacht”) is het ook duidelijk dat de kerncentrale niet kan terugvallen op de oude vergunning. “De enige conclusie kan dan ook zijn dat de kerncentrale onmiddellijk wordt stilgelegd. Voor een illegaal draaiende kerncentrale is in ons land geen plaats”, concludeert Natuur en Milieu in haar persbericht.
Sluiting Borssele per 2003 onzeker na besluit Raad van State
Een maand nadat het kabinet heeft laten weten dat het niet zal zorgen voor vervangend werk voor banenverlies door de sluiting van Borssele, omdat Zeeland sterk genoeg is dat zelf op te vangen, vernietigt de Raad van State de wijziging van de vergunning (sluiting op 31-12-2003) van de kerncentrale op procedurele gronden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de intrekking van de vergunning per 31-12-03 door de regering onvoldoende gemotiveerd is. Er gloort hoop voor de voorstanders van kernenergie. De EPZ had zelf geen bezwaar aangetekend, men voelde zich gebonden aan het akkoord met het kabinet, maar inmiddels is er sprake van “voortschrijdend inzicht“ en men voelt er niets voor de centrale te sluiten. De nieuwe elektriciteitswet van 1998 geeft de stroombedrijven beduidend meer macht dan vroeger en heeft de politiek veel zeggenschap ontnomen. Er gelden nu de regels van de Europese markt.
Ministers reageren luchtig: het gaat om een formele afwijzing waar wel een mouw aan te passen zal zijn. Juristen van VROM zijn onmiddellijk aan het werk getogen om, overeenkomstig het kabinetsbeleid, de centrale alsnog buiten bedrijf te kunnen stellen, laten ze weten. De politiek laat in een reactie weten aan sluiting vast te houden, er is nog steeds een kamermeerderheid: PvdA, D66, GroenLinks, RPF en SP. De VVD komt met de verwachting dat de Nederlandse Staat misschien wel een schadeclaim (“die in de miljarden loopt”) te wachten staat als er nu nog tot sluiting per 31-12-03 wordt besloten. EPZ wil al met het Rijk overleggen wat er moet gebeuren met het afval als de centrale langer openblijft, omdat het opwerkingscontract eind 2003 afloopt. Stoppen met opwerken kan een optie zijn, maar wie betaald dan de opslagbunker?
Richtlijnen milieueffectrapport Borssele II gepubliceerd
De richtlijnen voor het MER (Milieu Effect Rapport) voor Borssele 2 (Delta) zijn gepubliceerd door VROM minister Huizinga. Bij het vaststellen van de richtlijnen is het advies van de Commissie voor de MER (van 3 december 2009) geheel overgenomen. Op onderdelen is dit advies nader in-/aangevuld. In totaal zijn er ruim 1500 inspraakreacties ontvangen. Hoewel "de discussie over nut en noodzaak van kernenergie binnen het Nederlandse energiebeleid (…) niet in het kader van een individuele vergunningsaanvraag" past, dient Delta wel "te motiveren waarom zij, binnen haar visie en bedrijfsmodel, voor (een groter aandeel) kernenergie kiest."
Verder moet Delta in het milieueffectrapport voor een tweede kerncentrale onder andere
* de voor- en nadelen voor het milieu van alle onderdelen van de splijtstofketen behandelen: van uraniumwinning tot afvalopslag. Dat moet tot in detail gebeuren waar het gaat om aspecten die regelrecht met de beoogde locatie bij Borssele te maken hebben.
* ingaan op de elektriciteitsbehoefte en de ontwikkeling in Nederland met betrekking tot de geplande capaciteit(s-uitbreiding).