- Regering en parlement:
- algemeen beleid van kabinet en (al of niet gesteund door) parlement
De 'Affaire Begemann'
De ‘Affaire Begemann’ bereikt nu ook de Tweede Kamer. Begemann, technisch-wetenschappelijk attaché op de Nederlandse Ambassade in Washington, beticht het ministerie van EZ van censuur en neemt ontslag omdat hij met die beperkingen niet kan functioneren. Het maart nummer van ‘Washington Nieuws’ met daarin een kritisch artikel van Begemann, een interview met leden van de Amerikaanse Commissie voor Atoomenergie over natrium gekoelde kweekreactoren, is niet uitgebracht. Minister Lubbers maakt nu bekend dat het maart-nummer alsnog gepubliceerd zal worden. Wetenschappers en politici wijzen door deze affaire op de gevaren van kernenergie voor de democratie.
Wetenschapsbudget
Met prinsjesdag blijkt uit het wetenschapsbudget voor 1976 van minister Trip dat het budget voor kernenergie voor het eerst zal gaan afnemen. Voor 1976 is een bedrag van f 46,5 miljoen beschikbaar voor energieonderzoek. Dit bedrag (minder dan de ongeveer 80 miljoen in de jaren daarvoor) gaat nog wel helemaal (100%) naar kernenergie. Dit is exclusief de kosten voor Kalkar en de UCN. Voor andere bronnen dan kernenergie is er dan dus nog niets beschikbaar, maar dat moet veranderen nu het RCN omgetoverd wordt tot het ECN. De minister verwacht dat in 1979 f 55,- miljoen voor onderzoek naar andere energievormen beschikbaar zal zijn.
Beslissing nieuwe centrales uitgesteld
Onder druk van een mogelijke regeringscrisis stelt de Ministerraad de beslissing over de bouw van kerncentrales weer uit. De energiesituatie is toch niet zo slecht als gedacht, zo is het argument. Wel worden de in de Energienota aangekondigde onderzoeken verder uitgevoerd, maar begin van de bouw in 1977 is volgens Lubbers “niet wel denkbaar”, maar de formulering “in of omstreeks 1985” uit de Energienota kan volgens Lubbers “nog wel gehandhaafd blijven”. Het zal nu een zaak van het volgend kabinet gaan worden en dus, zo verwacht men, een rol in de verkiezingen gaan spelen. Het is een overwinning van de kleinste regeringspartij, de PPR. Wel wordt besloten de ASEV (Aanvullend Structuurschema Elektriciteitsvoorziening) door te laten gaan waarbij vooral de nadruk komt te liggen op mogelijke vestigingsplaatsen van de kerncentrales en de PKB (Planologische Kernbeslissing) te laten volgen.
Op 31 januari staat er een paginagrote advertentie in de landelijke dagbladen waarin 1200 wetenschappers hun bezorgdheid uitspreken over kernenergie. “Leden van de 2de Kamer, geef ons het voordeel van de twijfel!”.
Op 3 februari gaat de Kamer met grote meerderheid akkoord met het uitstel van de kabinetsbesluit tot uitstel tot na de verkiezingen: PvdA. D66, PPR, KVP, ARP en CHU stemmen voor uitstel; VVD, DS70 en GPV tegen.
RCN wordt ECN
Een jaar nadat het voorstel door de ministerraad werd behandeld, treden nu de nieuwe statuten in werking van het Energie Centrum Nederland en komt hiermee een einde aan het Reactor Centrum Nederland. Het bestuur van het RCN wordt voor een fait accompli gesteld; het is een politieke beslissing het onderzoeksterrein te verbreden en de naam te veranderen. Het feit dat het RCN het onderzoek naar alternatieven wordt opgedrongen is van grote betekenis. Het onderzoek had ook ergens anders kunnen worden ondergebracht, of er had een aparte organisatie voor op gericht kunnen worden, maar op deze manier wordt het nucleaire onderzoeksinstituut als het ware van binnenuit uitgehold. “Ons geloof in kernenergie mogen wij natuurlijk houden”, zegt de technisch directeur Pelser nog.
Weinig gekomen van minder eenzijdig energieonderzoek
De Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid (RAWB) stelt in haar Jaaradvies 1979 dat het energieonderzoek nog steeds te veel gericht is op kernenergie. Volgens de RAWB is het beleidsvoornemen van begin 1977 (onderzoek minder eenzijdig op kernenergie) in de “verbale fase“ blijven hangen.
Bestaande kerncentrales niet onderdeel van Discussie
De regering lijkt in te gaan op de kritiek naar aanleiding van het voorstel voor de BMD uit 1978; het stelt een breed opgezette discussie voor, die ook kan gaan over het sociaal-economisch beleid en waarin niet a-priori uit lijkt te worden gegaan van de onvermijdelijkheid van kernenergie. Het gaat de Maatschappelijke Discussie Energiebeleid heten. Maar het plan loopt al snel vertraging op omdat “tot op heden nog geen voorzitter van de stuurgroep is gevonden.“ Ook neemt, het publieke debat overziend, het vertrouwen in de bedoeling van de regering bepaald niet toe. In juli 1980 bevestigen de ministers Van Aardenne (EZ) en Ginjaar (V&M) nog weer eens wat iedereen al lang weet: de BMD gaat niet over de bestaande kerncentrales. Het gaat “immers om de toekomstige rol van kernenergie.“ Ze zijn het nog wel oneens in welk tempo die rol moet groeien. In oktober (1980) blijkt een Kamermeerderheid te vinden dat de bestaande kerncentrales wel in de discussie betrokken moeten worden.
In 1988 besluit nieuwe kerncentrales
Bij de behandeling van het Werkplan Afwikkeling Tsjernobyl stelt minister Nijpels (Ruimtelijke Ordening & Milieubeheer) dat het Kabinet begin 1988 een standpunt gaat innemen over wel of niet nieuwe kerncentrales. Een meerderheid van de Kamer wil een onderzoek naar de mogelijkheid van een energievoorziening zonder kernenergie.
Besluitvorming nieuwe kerncentrales niet voor 1990
De regering is bezig alle gevolgen van Tsjernobyl op een rijtje te zetten en tot nu toe ging het kabinet er van uit dat in het voorjaar van 1988 een nieuwe beslissing over de toekomst van kernenergie in Nederland zou kunnen worden genomen. Maar De Korte (EZ) deelt de Kamer mee dat voor een zorgvuldige afweging meer tijd nodig is. Hoeveel extra tijd kan hij nog niet zeggen. Twee weken later laat Nijpels al weten dat een beslissing in “deze kabinetsperiode“ (tot 1990) niet meer voor de hand ligt.
Het korte geheugen van bewindslieden
Nieuwe ministers, nieuwe plannen. De nieuwe minister van EZ is Andriessen, een warm voorstander van kernenergie, maar niet met erg veel historische besef. In een radio-interview zegt hij het volgende als hem gevraagd wordt of er dan weer “een soort Brede Maatschappelijke Discussie komt over kernenergie”: “De burger zal zich… ongetwijfeld zal die eh eh… Nou weet ik niet of er zo’n eh, dat was iets van de jaren ’70, was dat niet van eh…., wie was dat ook al weer die…. eh….“ Interviewer: “De Brauw.“ Andriessen: “De Brauw juist. De Brauw, ja die…. Ja, dat is iets van de jaren ’70. Een wat ongeorganiseerde eh, eh, eh, methode van discussieren. Ik probeer dat toch wel wat georganiseerd te doen en natuurlijk zullen we luisteren naar de opinie van mensen. Maar eerst de feiten.“
Wereld zonder Nederland, meer CO2 uitstoot
Mondeling overleg over inventarisatie van studie en onderzoek naar kernenergie, zegt de minister van EZ (Andriessen) een paar vreemde zaken: hij kan het zich niet voorstellen dat Nederland het in 2000 zonder kernenergie kan doen, en de bewindsman “wees erop dat, als nergens ter wereld kernenergie werd toegepast, er 9% meer CO2 zou zijn, en dat, als er geen Nederland op de wereld zou zijn, er 1% meer CO2 zou zijn.“