- Politieke partijen:
- verkiezingsprogramma’s, stellingnames en stemgedrag (van specifieke partijen)
Tweede-Kamerverkiezingen, vorming kabinet-Den Uyl
Het politieke beeld verandert door de vervroegde verkiezingen door de val van het Kabinet-Biesheuvel op 29 november 1972 drastisch. KVP en CHU verliezen flink en PvdA en VVD winnen, terwijl ook de winst van de PPR fors is. Noch de vorige coalitie, noch de linkse partijen beschikken over een meerderheid. De formatie is zeer langdurig en leidt pas in mei 1973 tot de vorming van het kabinet-Den Uyl: PvdA, KVP, ARP, PPR en D66. Door de snelle verkiezingen handhaven vrijwel alle partijen hun programma uit 1971.
Drie procent Kalkar-heffing
Nadat op 4 april de Kamer met 66 stemmen voor en 54 tegen, akkoord was gegaan (PvdA, PPR, PSP, CPN, D’66 en Boerenpartij stemden tegen) wordt vanaf 1 juli (hoewel ook wel 1 mei of zelfs 1 april als begindatum wordt genoemd) de 3% heffing op ieders elektriciteitsrekening van kracht. Dat bedrag moet geïnd worden om de Nederlandse deelname aan de bouw (die begonnen is op 24 april) van de snelle kweekreactor in het Duitse Kalkar te betalen. Lang en uitvoerig is er gepraat over hoe het geld bij elkaar gekregen moet worden; een energieheffing (dat wilde Defensie niet: te duur) of toch alleen op elektriciteit? De elektriciteitsproducenten zijn het daar niet mee eens, maar moeten zich er in schikken. De Haagse Post schrijft: “De Nederlandse machine-industrie kan zodoende kosteloos, d.w.z. op kosten van de Nederlandse elektriciteitsgebruiker, een portie know-how opdoen bij de uitvoering van een economisch dubieus en qua veiligheid nog veel twijfelachtiger project.“
De 3%-heffing wordt een belangrijke accelerator in het verzet tegen kernenergie in Nederland. Duizenden mensen (en organisaties, politieke partijen en zelfs tientallen gemeenteraden) weigeren de ‘kalkar-heffing’ te betalen; vele individuen worden door de elektriciteitsmaatschappijen afgesloten.
De regering haalt al snel bakzeil; in 1974 schrijft Lubbers in de Energienota dat, hoewel de beslissing pas kort geleden is genomen “er nu reeds aanleiding (is) dit project en de toekomst daarvan opnieuw op zijn verdiensten te bezien.“ Hij kondigt aan dat de heffing per 1 januari 1977 beëindigd wordt, hoewel er in de wettekst van uit gegaan wordt dat het tot beëindiging van de bouw door gaat (er wordt van uit gegaan dat dat 1979 zal zijn). Lubbers stelt ook een fonds in waar weigeraars hun geld op kunnen storten en haalt hiermee voor een deel de angel uit de strijd. Maar de kiem van een brede anti-kernenergie beweging is dan al gelegd.
In 1972 worden de kosten (incl. inflatie) van Kalkar op fl. 1,5 miljard geschat. Nederland zal daarvan 212 miljoen gulden betalen.
Grote deelname Kalkar-demonstratie
Eerste grote demonstratie met ruim 10.000 deelnemers tegen de bouw van Kalkar op het marktplein van dat Duitse dorp. De demonstratie is georganiseerd door (vooral) het Amsterdamse Anti-Kalkar Komitee en wordt vrijwel uitsluitend bijgewoond door mensen uit Nederland. In Duitsland is de anti-kernenergie beweging helemaal niet bezig met de bouw van de snelle kweekreactor. Het Anti-Kalkar Komitee bestaat uit politieke partijen CPN, PSP, PvdA en PPR. Een maand later, op 22 oktober bij een Kamerdebat over kernenergie, worden er 155.000 handtekeningen tegen de kweekreactor aangeboden.
Beslissing nieuwe centrales uitgesteld
Onder druk van een mogelijke regeringscrisis stelt de Ministerraad de beslissing over de bouw van kerncentrales weer uit. De energiesituatie is toch niet zo slecht als gedacht, zo is het argument. Wel worden de in de Energienota aangekondigde onderzoeken verder uitgevoerd, maar begin van de bouw in 1977 is volgens Lubbers “niet wel denkbaar”, maar de formulering “in of omstreeks 1985” uit de Energienota kan volgens Lubbers “nog wel gehandhaafd blijven”. Het zal nu een zaak van het volgend kabinet gaan worden en dus, zo verwacht men, een rol in de verkiezingen gaan spelen. Het is een overwinning van de kleinste regeringspartij, de PPR. Wel wordt besloten de ASEV (Aanvullend Structuurschema Elektriciteitsvoorziening) door te laten gaan waarbij vooral de nadruk komt te liggen op mogelijke vestigingsplaatsen van de kerncentrales en de PKB (Planologische Kernbeslissing) te laten volgen.
Op 31 januari staat er een paginagrote advertentie in de landelijke dagbladen waarin 1200 wetenschappers hun bezorgdheid uitspreken over kernenergie. “Leden van de 2de Kamer, geef ons het voordeel van de twijfel!”.
Op 3 februari gaat de Kamer met grote meerderheid akkoord met het uitstel van de kabinetsbesluit tot uitstel tot na de verkiezingen: PvdA. D66, PPR, KVP, ARP en CHU stemmen voor uitstel; VVD, DS70 en GPV tegen.
Tweede-Kamerverkiezingen, vorming kabinet-Van Agt
Grote winnaar is de PvdA Ook de VVD en D66 doen het goed. Het CDA, dat voor het eerst deelneemt, behaalt één zetel winst ten opzichte van het gezamenlijke resultaat van ARP, CHU en KVP in 1972. De winst van de PvdA gaat ten koste van klein-links. Ook klein-rechts verliest. Na een zeer langdurige formatie, waarbij eerst wordt gepoogd een tweede kabinet-Den Uyl te vormen (als grote winnaar van de verkiezingen), wordt in december het (CDA-VVD) kabinet-Van Agt geformeerd.
Volgens het programma van het CDA is met de toepassing van kernenergie “uiterste terughoudendheid geboden”, terwijl ze in het vorige kabinet nog de grote instigator waren voor het besluit tot de bouw van kerncentrales. De CPN vindt dat kernenergie een overheidstaak moet zijn, en D66 vindt dat zolang de problemen niet zijn opgelost het “praktisch gebruik“ niet verder uitgebreid moet worden. De PPR en PSP profileren zich als tegenstanders en PvdA is wat halfslachtig: geen nieuwe kerncentrales en geen vervolg voor Kalkar en UCN. De SGP vindt dat voorzichtigheid geboden is, maar sluit nieuwe kerncentrales niet uit.
Druk om niet akkoord te gaan met uitbreiding UCN
In het regeerakkoord voor het tweede kabinet Den Uyl (PvdA, D66 en CDA) dat bijna rond lijkt, is afgesproken de voorbereidingen voor de bouw van kerncentrales op te schorten en de beslissing tot bouw opnieuw te overwegen. In ruil voor het (voorlopig) uitstel van de bouw van nieuwe kerncentrales zou de PvdA haar verzet tegen uitbreiding van de UC-fabriek hebben opgegeven en een compromis met het CDA hebben bereikt.
Vanuit kerkelijke en universitaire kringen wordt een dringend beroep gedaan op de fracties die betrokken zijn bij de kabinetsformatie om uitbreiding van de UC-fabriek in Almelo te voorkomen. In de open brief aan de Kamerfracties wordt de omstreden leverantie van verrijkt uranium aan Brazilië in herinnering gebracht en wordt betoogd dat uitbreiding van UCN “een onomkeerbare stap is naar verdere uitbreiding van kernenergie in Nederland en West-Duitsland.“ Maar Lubbers ligt dwars en het tweede kabinet Den Uyl zal er niet komen.
Tweede-Kamerverkiezingen, vorming kabinet-Van Agt II
Grote winnaar van de verkiezingen is D66. De 'grote drie' CDA, PvdA en VVD verliezen. Winnaars zijn verder de RPF, de PSP en de CPN. Door het verlies van CDA en VVD verliest ook de regeringscombinatie haar meerderheid. De formatie resulteert in september in het tweede kabinet-Van Agt, waaraan CDA, PvdA en D66 deelnemen.
Het jaar met de meeste woorden gewijd aan kernenergie in de verkiezingsprogramma’s: het publieke debat staat op scherp.
Het CDA vindt “verdere bouw van kerncentrales (….) thans niet toelaatbaar, D66 wil ook Borssele en Dodewaard zo snel mogelijk gesloten net als PvdA die dat “zo snel als technisch mogelijk“ wil. De VVD wil na zorgvuldige afweging van alle relevante afwegingen snel een beslissing over de uitbreiding van het aantal kerncentrales. Verder vindt ze dat de overheid verantwoordelijk is om “juiste en evenwichtige voorlichting over de kernenergie te bevorderen, zodat onnodige ongerustheid wordt weggenomen.“ Klein-links is tegen en klein-rechts vindt dat er ("helaas" zegt de SGP) niet te ontkomen is aan kernenergie.
Tweede-kamerverkiezingen, vorming kabinet-Lubbers
Door het al snel vallen van het kabinet Van Agt/DenUyl, schrijft het minderheidskabinet Van Agt vervroegde verkiezingen uit, waarbij de VVD tien zetels wint. De PvdA herstelt zich van een zware nederlaag bij de Statenverkiezingen van maart. Grote verliezer is D66. In november bereiken CDA en VVD een akkoord over de vorming van het eerste kabinet-Lubbers.
De positie van de partijen in dit kabinet dat in 1985 zal besluiten tot de bouw van kerncentrales is verschillend, maar niet bepaald uitgesproken pro-kernenergie. CDA “verdere bouw van kerncentrales achten wij thans niet toelaatbaar“ en de VVD vindt dat, gezien de energiebehoefte en de uitslag van de BMD (die nog lang niet afgelopen is), zo snel mogelijk een beslissing moet worden genomen “over het al dan niet uitbreiden van het aantal kerncentrales.“ Alle andere partijen die zich over kernenergie uitspreken (behalve de SGP) zijn tegen. Zo vindt de PvdA dat de kerncentrales “zo snel als technisch mogelijk“ gesloten moeten worden.
PvdA: "sluiting zo snel als technisch mogelijk"
Het PvdA-kongres scherpt de zinsnede die in het verkiezingsprogramma komt over kernenergie iets verder aan: nu komt er “sluiting zo snel als technisch mogelijk“ in. De fractie vraagt een nieuw onderzoek naar de kosten van sluiting.
'Stem tegen kernenergie'
Onder het motto ‘Stem tegen Kernenergie’ wordt in Utrecht een grote landelijke actie begonnen. Aanleiding hiertoe is het besef dat met het CDA/VVD-kabinet geen enkele mogelijkheid bestaat voor een andere energiepolitiek. Hoewel men niet de illusie heeft dat met een CDA/PvdA-kabinet alles bereikt is, heeft men hoop dat daar, met enige druk van buitenaf, standpunten te veranderen en te beïnvloeden zijn. Ondanks het feit dat de actie door het ongeluk in Tsjernobyl (26 april) flink opleeft, heeft het toch niet het gewenste resultaat. Na de Tweede Kamerverkiezingen op 25 mei komt er een nieuw CDA/VVD-kabinet. Door vlak na Tsjernobyl hun pro-kernenergie standpunten af te zwakken, nemen ze de ‘Stem tegen Kernenergie’ actie flink wind uit de zeilen.