- Argumenten en twijfel:
- publieke discussie en/of twijfel over veiligheid, straling, broeikas, rampenplannen, proliferatie, aansprakelijkheid, etc. Deze inhoudelijke discussies worden maar minimaal weergegeven in deze chronologie
Eerste onrust over effecten straling op erfelijk materiaal
In Kopenhagen wordt het eerste congres van genetica beëindigd met het aannemen van een resolutie waarin men de nadruk legt op de gevaarlijke gevolgen van ioniserende straling voor de erfelijkheid. De WHO (de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN) heeft om een advies gevraagd over dit onderwerp. Volgens de geleerden is ioniserende straling werkelijk gevaarlijk voor de erfelijkheid, zowel bij "vreedzaam als bij militair gebruik van kernenergie", maar ook bij medisch, commercieel en industrieel gebruik van ioniserende straling. Onderzoek moet geïntensiveerd worden, volgens de aanbeveling.
Er ontstaat in de media meer aandacht voor de gevaren van straling, een stijging van de gemeten radioactiviteit door de kernproeven, de zeer populaire dokter Albert Schweitzer die een verbod op kernproeven wil, en de eerste wetenschappers die zeggen dat straling een gevaarlijk niveau bereikt heeft.
Vroege kritiek op Dodewaard en kernenergie
In de Gelderlander, een dagblad die ook in de buurt van Dodewaard verspreidt wordt, verschijnen af en toe ook (zeer ongebruikelijke) minder positieve geluiden. Zo komt er kritiek op het gebrek aan voorlichting over de bouw, en op 10 juli schrijft auteur A. den Doolaard: “De atoomenergie heeft de duivelse eigenschap bepaalde geesten te beheksen, dat zij ertoe verleid worden om tegenover de leken de gevaren te minimaliseren. In een democratie is dat hogelijk ongewenst“.
Noodwetje voor Dodewaard
Om al gedane investeringen te beschermen en om te voorkomen dat “de ontwikkeling en toepassing van kernenergie” een “ernstige slag” toegebracht zal worden, treedt er een noodwetje in werking. Volgens de minister van EZ (Andriessen) is het absoluut noodzakelijk dat de Nederlandse Staat General Electric vrijwaard van de gevolgen van de wettelijk aansprakelijkheid voor de gevolgen van een ongeluk, zowel in Nederland als de omringende landen. De internationale verdragen op dit gebied zijn namelijk door Nederland (nog) niet geratificeerd en dit wordt wel uitdrukkelijk door GE geëist in het contract voor de bouw van Dodewaard. De Kamer gaat zonder morren akkoord. Op 1 januari 1966 wordt dit dan definitief geregeld in de ‘Wet inzake de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van kernenergie’.
Eerste 'media-event' kernenergie
De Vaste kamercommissie voor kernenergie houdt een hoorzitting waarvoor veel media belangstelling is. Het is eigenlijk de eerste keer dat kernenergie zo in de belangstelling staat. Bij de critici van kernenergie die spreektijd krijgen is ook een ‘Maatschappij Kritische Klub van medewerkers van het RCN’ die pleit voor een tienvoudige verlaging van de toegestane stralingsdosis voor grote bevolkingsgroepen en een stop op de bouw van kerncentrales omdat er nog niet voldoende onderzoek is verricht naar de toepassing van kernenergie.
Bezinningsnota uitgebracht
De Bezinningsgroep Energiebeleid brengt de Bezinningsnota Kernenergie uit. Geadviseerd wordt om voor een periode van 5 jaar af te zien van besluitvorming over uitbreiding van kernenergie om zo tijd vrij te maken voor onderzoek en bezinning (het moratorium voorstel). Na die periode zou een beslissing dan werkelijk vrij kunnen zijn en volgens de Bezinningsgroep eventueel ook een aanzienlijk programma voor de bouw van kerncentrales kunnen omvatten.
Bijna helft geen mening over kernenergie
45% van de Nederlanders heeft nog nooit van kernenergie gehoord, kan het niet schelen of heeft er geen mening over; 32% is tegen de bouw van meer kerncentrales en 23% voor. Dit blijkt uit een opiniepeiling van NIPO in opdracht van het nauw aan de nucleaire industrie gelieerde bureau Ellens. Het RCN publiceert de uitkomsten toch nog positief met de kop: “Geen meerderheid Nederlandse bevolking tegen kernenergie.“
Rapporten nav Energienota verschijnen
De in de Energienota (van 26 september 1974) aangekondigde rapporten en onderzoeken (als voorwaarden voor de bouw van nieuwe kerncentrales) worden aan de Tweede kamer aangeboden.
- RASIN: Risico Analyse Splijtofcyclus In Nederland. Geschreven door SEP, UCN en Interfuel
- Gezondheidsraad over kerncentrales en gezondheid
- Commissie Reactorveiligheid: advies over de veilgheidsaspecten splijtstofcyclus in Nederland
Volgens de auteurs van de RASIN (drie bedrijven met grote belangen in kernenergie) wordt het risico van de splijtstofcyclus voor zover die zich in Nederland afspeelt, vrijwel geheel bepaald door de kerncentrale. Nevenactiviteiten (zoals verrijking, transport, afvalopslag) zijn daarmee vergeleken zeer gering. De kans op het ernstigste ongeval met een centrale wordt berekend op 2-5 maal per miljoen jaar.
De commissie van de Gezondheidsraad komt tot de conclusie dat een ernstig reactor ongeval zeer onwaarschijnlijk is, maar zo’n ongeval zeer ernstige gevolgen kan hebben. Ze stellen dat daarom het parlement een uitspraak moet doen over de aanvaardbaarheid van die risico’s.
Niet erg verrassend komt de Commissie Reactorveiligheid ook tot de conclusie dat de risico’s van kernenergie klein zijn, en dat het overheidstoezicht op de veiligheid bij ontwerp, bouw en bedrijf van een kerncentrale binnen het kader van de bestaande wetten effectief kan worden uitgevoerd.
In december publiceren wetenschappelijk medewerkers van de TH in Enschede, de RU in Groningen en Utrecht kritiek op de drie veiligheidsrapporten, onder de titel ‘Kernenergie in discussie’. Bekritiseerd worden de gekozen probleemstelling, de gehanteerde veiligheidsfilosofie en de gebruikte criteria. Het rapport levert interne, maar vooral externe kritiek op de studies. Waarbij met name de gekozen probleemstelling, de gehanteerde veiligheidsfilosofie en de gebruikte criteria ter discussie staan. Er wordt ingegaan op “fundamentele en wereldwijde aspecten van kernenergie”, toegespitst op de meer specifieke Nederlandse situatie. Van een aantal punten wordt “de ontoereikendheid van onze huidige kennis voor het evalueren van de invloed van kernenergie op volksgezondheid en milieu“ behandeld. Veel aandacht schenkt men aan de omvang, de lange termijn gevolgen, de maatschappelijke ontreddering en mogelijke oorzaken van ongelukken met kerncentrales.
Werkgelegenheid en kernenergie
De bezinningsgroep Energiebeleid wijst (in haar Tweede Bezinningsnota Kernenergie) erop dat als een industrie zich bezighoudt met de bouw van reactoren voor eigen gebruik, men in uiterst pijnlijke dilemma’s verzeild kan raken. Er zal gekozen moeten worden tussen werkgelegenheid enerzijds en levering van centrales anderzijds, aan landen die men op politieke gronden eigenlijk geen kerncentrales zou mogen toevertrouwen. Men berekent dat door warmte-isolatie en zuiniger apparaten de bouw van een aantal 1000MW kernreactoren overbodig zijn en dat ook nog de werkgelegenheid ten goede komt. Vòòr 1977 hoeft er helemaal geen beslissing genomen te worden, schrijven ze.
"Bliksemse katers"
Na een vergadering van de EEG regeringsleiders over het energieprobleem zegt premier Van Agt dat Nederland nu ook “als de wiedeweerga, als de bliksemse katers“ de veiligheidsproblemen rond kernenergie moet oplossen. Het klinkt als een bevel, maar lijkt meer een zucht van wanhoop.
Nederland en het VS-kernwapenprogramma
Minister Van Aardenne (EZ) moet toegeven dat de splijtstof van de Hoger Onderwijs Reactor (HOR) in Delft en die van de HFR in Petten in de VS terecht kan komen in het kernwapenprogramma. De splijtstof wordt namelijk naar een opwerkingsfabriek in de VS gestuurd. Maar civiele opwerking is er niet in de VS: dat is sinds een aantal jaren verboden. En de opwerkingsfabriek, Savannah River Plant, is dan ook een militair complex en onderdeel van het Amerikaanse kernwapenprogramma.
In januari publiceerde de ‘Stroomgroep Stop Kernenergie’ Den Haag een onderzoek waaruit bleek dat de brandstof van de HOR en die van de HFR in de VS terecht komt in het kernwapenprogramma. Dat wordt hiermee bevestigd.