- Start:
- opening (geen bouwbegin) van installatie of oprichting van organisatie
KEMA begint kernonderzoek
NV KEMA in Arnhem begint ook met Kernfysisch onderzoek, maar geheel los van FOM. Met in het achterhoofd kernenergie voor de elektriciteitsopwekking gaat er een laboratorium gebouwd worden, waarin o.a. een deeltjesversneller wordt opgesteld.
De KEMA (NV. tot Keuring van Elektrotechnische Materialen in Arnhem) is in 1927 opgericht door de VDEN (Vereniging van Directeuren Elektriciteitsmaatschappijen) en houdt zich bezig met onderzoek naar productie, transport en distributie van elektrotechnische energie en fundamenteel onderzoek op elektrotechnisch gebied. Vanuit deze taakstelling doet de KEMA dan ook onderzoek naar kernenergie.
FOM: Europees centrum in Nederland
Officiële opening van de cyclotron bij het IKO in Amsterdam. FOM organiseert ter ere daarvan een internationaal congres over samenwerking bij bouw van kernreactoren en andere grote nucleaire installaties. FOM stelt voor een gemeenschappelijk Europees onderzoekscentrum voor kernenergie in Nederland bouwen. Jammer genoeg blijkt Noorwegen afwezig te zijn en Kramers (voorzitter FOM) besluit op bezoek te gaan omdat men daar, zo heeft men vernomen, bezig is met de ontwikkeling van een eigen reactor.
Deel Kernenergiewet in werking
Nadat de Commissie voor de Atoomenergie in 1955 al is begonnen met het ontwerpen van de kernenergiewet en de Wet in 1957 in de Kernenergienota wordt aangekondigd, wordt de wet in 1960 aangeboden aan en besproken in de Kamer. In februari 1963 treedt de Kernenergiewet dan in werking. Dat wil zeggen, slechts Hoofdstuk II, betreffende de Adviesinstanties. De hele wet zal pas op 1-1-70 in werking treden.
De KeW heeft twee doelen: “de bevordering van goede ontwikkeling op het gebied van het vrijmaken van kernenergie en de aanwending van radioactieve stoffen en straling uitzendende toestellen” en “de bescherming van mens en milieu tegen de hieraan verbonden gevaren”.
Voor deze wet zijn al 3 adviescolleges opgericht:
- IRK: Industriële Raad voor de Kernenergie, was al opgericht in 1962 en moet de belangen van de industrie bij de overheid behartigen. Brengt vaak het advies uit om alles te financieren. Het IRK wordt in 1983 omgevormd tot de IREM: Industriele Raad voor Energie en Milieu-technologie, maar al enkele jaren later opgeheven als de Algemene Energieraad ingesteld wordt.
- WRK: De Wetenschappelijke Raad voor de Kernenergie, met als taak: het gevraagd en ongevraagd uitbrengen van adviezen over (inter)nationale aspecten (ook politieke en organisatorische) van kernenergie. De WRK wordt per 1 maart 1976 op non-actief gesteld.
- CRK: Centrale Raad voor de Kernenergie. Deze heeft een tweeledige taak: adviseren bij wettelijke regelingen tot de inwerkingtreding van het tweede gedeelte van de KeW (dat zal pas in 1970 gebeuren) en het coördineren van de andere drie adviesorganen. De CRK heft zichzelf uiteindelijk in 1974 op als haar eerste taak is volbracht. Het is niet in staat geweest een samenhangend beleid te voeren tussen wetenschappelijke, industriële en gezondheidsaspecten.
- De Gezondheidsraad, al veel eerder opgericht, krijgt een nieuwe taak erbij, maar alleen al het feit dat deze raad pas advies uitbrengt over gezondheidsaspecten nadat de beslissing tot de bouw van een installatie is genomen, en de werkzaamheden al vaak zijn gestart, zegt al voldoende over het feitelijk gewicht van deze raad.
Oprichting Werkgroep Atoom, begin georganiseerd protest
Tot begin jaren zeventig kan men weliswaar af en toe kritiek op kernenergie horen, maar is er van georganiseerde oppositie geen sprake.
Dat verandert snel in de zomer van 1971 als de Amsterdamse lerares Jannie Möller op bezoek in Zwitserland brochures over kernenergie leest. Terug in Amsterdam verspreidt ze een aantal exemplaren van de brochure en komt in contact met andere verontrusten. De Werkgroep Atoom ziet het licht, eerst als Amsterdamse groep, maar al snel met ook mensen van buiten de stad. De Werkgroep wordt algemeen gezien als de eerste actiegroep tegen kernenergie. Men publiceert vooral in weekblad De Nieuwe Linie en in februari 1972 verschijnt er een ‘kernenergie-special’ van ‘De Paniekzaaier’ het blad van de Kabouters. In 1972 schrijft werkgroep-lid Roel van Duijn het boek ‘Bloed’ over een bloedgekoelde kweekreactor, dat in januari 1974 als docudrama door de KRO wordt uitgezonden (op 1 van de 2 Nederlandse tv-zenders). In 1973 wordt de naam veranderd in Werkgroep (Kern)Energie en in 1975 wordt het de Bezinningsgroep Energiebeleid. De leden zijn vooral wetenschappers en (oud) werknemers uit nucleaire industrie (RCN en Dodewaard).
Eind jaren ‘60, begin jaren ‘70 groeit het milieubesef snel, mede door het ‘Rapport van de Club van Rome’, getuige de oprichting van veel milieuorganisaties, onder andere Strohalm (1970) de Raad voor de Milieudefensie (begin 1971) en Stichting Natuur en Milieu (1972). Veel van die landelijke organisaties richten vanaf midden jaren ’70 hun aandacht vooral op kernenergie.
Rond de kerncentrales roert er zich dan ook al het een en ander. In juli 1972 komt naar aanleiding van een ingezonden stuk in de regionale krant PZC een aantal over de kerncentrale Borssele verontruste mensen bij elkaar en richten de actiegroep ‘Borssele ad hoc’ op. Het is een van de eerste lokale groepen die zich specifiek tegen kernenergie richt. In 1970 is in Zeeland al de Vereniging Milieuhygiëne Zeeland opgericht. Deze vereniging houdt zich ook (maar zeker niet specifiek) bezig met problemen rond de kerncentrale in Borssele. In Almelo is, als uitvloeisel van de in 1969 opgerichte werkgroep ‘Ultracentrifuge’ al in 1970 ‘Urania’ ontstaan die zich zeer kritisch opstelt ten opzichte van de verrijkingsfabriek en in Arnhem ontstaat in 1973 ‘Paarse September’ die protesteert tegen de KEMA-reactor. In 1974 ontstaat naar aanleiding van de onrust over opslag van radioactief afval in de open lucht op het kerncentrale terrein de Stroomgroep Dodewaard. In september 1972 is dan al op initiatief van de PPR door de CPN, PvdA CPN, D66, PPR, PSP het Anti-Kalkar Komitee opgericht.
Maar er zijn dan ook al groepen bezig met alternatieve energie, zo is er in 1972 al een congres op de TH Eindhoven over zonne-energie en wordt ook De Kleine Aarde opgericht met het ‘low-energy’ huis.
Oprichting Landelijk Energie Komitee
Na de opheffing eind 1975 van het in 1972 opgerichte Anti-Kalkar Komite wordt het Landelijk Energie Komitee (LEK) opgericht. Het is een samenwerkingsverband van de politieke partijen uit het Anti-Kalkar Komitee (PSP, PPR, CPN, IKB. JS), de Landelijke Stroomgroepen Stop Kernenergie, de Vereniging Milieudefensie, het Nederlandse Instituut voor Volksontwikkeling en Natuurbehoud (NIVON), de Gezamenlijk Energie Komité’s Zuid-Nederland, Aktie Strohalm, de Hervormde Jeugdraad en het Verbond van Wetenschappelijke Werkers (voorheen Wetenschappelijke Onderzoekers –VWO).
Het LEK tracht de publieke opinie te mobiliseren tegen kernenergie, onder andere door het verschaffen van informatie en het organiseren van demonstraties. Het LEK neemt ook deel in de in 1979 opgerichte Werkgroep Energie Discussie (WED), die tot doel heeft burgers meer te betrekken bij het energiebeleid; hiertoe participeert men in de BMD, de Brede Maatschappelijke Discussie over het energiebeleid.
Het LEK speelt tot haar opheffing in 1985 een belangrijke rol binnen de antikernenergie-beweging maar is niet onomstreden door de centrale organisatiestructuur (hoewel het in het begin de bedoeling is met regionale groepen te werken) en de rol van politieke partijen.
RCN wordt ECN
Een jaar nadat het voorstel door de ministerraad werd behandeld, treden nu de nieuwe statuten in werking van het Energie Centrum Nederland en komt hiermee een einde aan het Reactor Centrum Nederland. Het bestuur van het RCN wordt voor een fait accompli gesteld; het is een politieke beslissing het onderzoeksterrein te verbreden en de naam te veranderen. Het feit dat het RCN het onderzoek naar alternatieven wordt opgedrongen is van grote betekenis. Het onderzoek had ook ergens anders kunnen worden ondergebracht, of er had een aparte organisatie voor op gericht kunnen worden, maar op deze manier wordt het nucleaire onderzoeksinstituut als het ware van binnenuit uitgehold. “Ons geloof in kernenergie mogen wij natuurlijk houden”, zegt de technisch directeur Pelser nog.
Internationale samenwerking antikernenergie-beweging versterkt
Ook internationaal komen er steeds meer contacten tussen antikernenergie-organisaties en regelmatig zijn er internationale bijeenkomsten. Nadat er internationale bijeenkomsten hebben plaats gevonden in Mexico en West-Duitsland en uiteindelijk een algemene vergadering in Brussel, België, vindt in het laatste weekend van februari 1978 in de Kosmos in Amsterdam de oprichtingsvergadering plaats van wat zal uitgroeien tot WISE; World Information Service On Energy.
De bedoeling van de ruim 200 aanwezigen is om de internationale samenwerking te versterken door de oprichting van een netwerk dat nieuws en informatie verspreidt over de internationale ontwikkelingen op kernenergie gebied en de antikernenergie-strijd. Amsterdam wordt gekozen voor centrale kantoorplek.
In eerste instantie komt er in een aantal talen, een tweemaandelijks tijdschrift en een onregelmatige verzending van een verzameling nieuwsberichten. Het internationale tijdschrift zal een belangrijke functie krijgen, al zal het vanaf eind jaren ’80 alleen nog maar een international editie zijn die in wisselende frequentie en periode vertaald wordt in onder andere het Spaans en Russisch. Het blad, dat vanaf 2000 ‘Nuclear Monitor’ heet, blijft een van de belangrijkste internationale tijdschriften over (tegen) kernenergie en verschijnt ongeveer twintig keer per jaar.
Ontstaan ‘Dodewaard-gaat-dicht!-beweging
Het 'Pinksterkamp bij het ‘gat van Hagen" (een recreatieplas op ongeveer 7 km van de kerncentrale in Dodewaard) is een initiatief van de Gelderse Stroomgroepen. De bedoeling is een tweedaagse vergadering over het voeren van verdergaande, directe acties tegen kernenergie. Het voorstel is om in oktober over te gaan tot een terreinbezetting van de kerncentrale Dodewaard. Eén van de voorwaarden voor de actie is, dat die openbaar aangekondigd moet worden. Algemeen wordt ingezien, dat met alleen praten en demonstreren de kerncentrales niet dicht zullen gaan. Op het discussiekamp, waar zaterdags 2000 en zondags zelfs 5000 mensen zijn, wordt in kleine groepjes gediscussieerd over het voorstel tot een terreinbezetting. Hoewel de motieven achter het actievoorstel algemene instemming vinden, wordt toch besloten om te gaan blokkeren in plaats van te bezetten, omdat het overgrote deel van de aanwezigen een poging tot terreinbezetting uit ziet lopen op een grote veldslag.
In het actieplan zit nog een ander belangrijk element: basisgroepen en basisdemocratie. Om zoveel mogelijk mensen bij de actie te betrekken en er vanuit gegaan wordt dat iedereen mee moet kunnen praten, wordt er een voorstel gedaan om basisgroepen te vormen: kleine groepjes mensen die elkaar goed kennen. De beweging die dat weekend ontstaat, en die zich Dodewaard Gaat Dicht! noemt, wordt zeer bepalend voor de antikernenergie strijd in de begin van de jaren tachtig en de organisatievorm in basisgroepen wordt door veel andere radicale sociale bewegingen overgenomen.